Het begint bij de klei zelf. We mengen steengoed met een scheut Westerwald, kneden hem tot er geen luchtbel meer in zit, en laten hem een nacht rusten onder een natte doek.
Op de draaischijf krijgt elk stuk zijn vorm in één adem. Te lang twijfelen en de wand zakt; daarom draaien we in series, en houden we alleen de stukken die meteen klopten.
De houtstook duurt twee dagen en twee nachten. Niemand weet vooraf hoe de as zal neerslaan - dat is precies waarom we het zo doen. Elke ronde levert verrassingen op die we nooit hadden kunnen plannen.